|
Een bollenschuur is gebouwd om bollen droog en koel te houden, niet om mensen een werkdag lang comfortabel te laten werken. Wie zo’n schuur koopt of huurt om er een bedrijf in te beginnen, krijgt veel vierkante meters voor zijn geld. Maar onder dat golfplaten dak zit vaak een installatie die bedoeld was voor ventilatoren en een pelmachine, niet voor een werkplaats met een kantoor erin. Dennis Kramer weet er inmiddels alles van. De interieurbouwer huurde vorig voorjaar een oude schuur aan de rand van Limmen, niet ver van de historische bollentuin van de Hortus Bulborum. Eerst werkte hij vanuit een gehuurde unit in een bedrijfsverzamelgebouw. “Ik wilde eigen ruimte, een plek waar klanten kunnen komen kijken. De schuur was perfect, op de elektra na.” Een installatie uit een andere tijdIn de schuur hing een oude krachtstroomkast met een paar groepen voor de droogwanden. Daarnaast liepen er kabels los over de spanten, met hier en daar een lamp die het nog deed. Dennis liet de boel opnemen door Elektricien Limmen voordat hij zijn formaatzaag en kantenlijmer naar binnen reed. “Ik had zelf gerekend dat die kast wel voldoende zou zijn. Dat bleek wat optimistisch.” De monteur keek eerst naar de aansluiting zelf. Hoeveel vermogen komt het pand binnen, en wat gaan de machines vragen als ze tegelijk draaien? Een formaatzaag, een afzuiginstallatie en een compressor kunnen bij het opstarten flinke pieken geven. Daar moet de groepenkast op berekend zijn, net als de kabels naar de machines. De oude kast ging eruit, er kwam een nieuwe verdeler met aparte groepen voor de werkplaats, het kantoor en de buitenverlichting. Vocht is de stille kostenpostHet grootste aandachtspunt in een agrarische schuur is vocht. Bollenschuren zijn van oudsher goed geventileerd en vaak niet geïsoleerd. In de herfst slaat er condens neer op metalen delen, en houtstof maakt het niet beter. Gewone binnenarmaturen en stopcontacten zijn daar niet op gemaakt. In de werkplaats kwamen daarom spatwaterdichte stopcontacten en armaturen met een hogere IP-klasse. De kabels liggen in goten langs de wanden, uit de buurt van plekken waar water kan blijven staan. Het kantoortje, dat Dennis met een houten binnenwand afscheidde en isoleerde, kreeg een eigen groep met gewone wandcontactdozen en een netwerkaansluiting. Voor de verlichting werd in de werkplaats gekozen voor led high bays met een hoge kleurweergave, zodat houtsoorten en lakken er hetzelfde uitzien als straks bij de klant thuis. “Het verschil met die oude lampen is enorm,” zegt Dennis. “Ik zie nu elke kras.” Wat ondernemers vooraf moeten regelenElektra is niet het enige punt bij zo’n verbouwing. Een schuur met een agrarische bestemming mag niet zomaar een bedrijfspand worden. De gemeente moet akkoord geven op het nieuwe gebruik. Dennis regelde dat samen met de eigenaar voordat hij het huurcontract tekende. Ook zijn verzekeraar wilde weten wat er in het pand gebeurt en vroeg naar de staat van de installatie. Daarnaast heeft hij als werkgever, met een vaste medewerker en een stagiair, de plicht om zijn installatie en arbeidsmiddelen veilig te houden. Een periodieke inspectie volgens NEN 3140 hoort daar bij. Dennis heeft die afspraak al in zijn agenda gezet. Zijn advies aan andere ondernemers is nuchter. Neem de elektra mee in de begroting voordat je tekent, niet daarna. “De huur van zo’n schuur is aantrekkelijk, maar je moet het als een totaalpakket bekijken.” In mei, als het dorp tijdens de Bloemendagen weer vol hyacintenmozaïeken ligt, hoopt hij de eerste klanten te ontvangen in een schuur die er nog steeds uitziet als vroeger, maar het werk van nu aankan. Het eerste meubel dat hij er bouwde, was een eikenhouten ombouw rond de nieuwe verdeler, met een klep die open moet kunnen, zoals de monteur van Elektricien Limmen hem op het hart drukte. |